Aandacht

Ik ben alweer lange tijd niet naar de kapper geweest. Om precies te zijn járen. De laatste keer dat ik radicaal de schaar in mijn haar liet zetten, tot boven schouderhoogte, raadde de kapper mij aan om er toch gewoon af te blijven. ‘Zou u dat nu wel écht doen?’ vroeg hij, terwijl hij met een ietwat weemoedige blik in zijn ogen over mijn kontlange haren streek, een scherpe schaar tussen de vingers. Uiteraard kreeg ik er spijt van. Ik was dezelfde niet meer. Te braaf, te afgemeten. Het moest weer lang, wat ongetemder, maar dat zou onmenselijk veel geduld vergen. Jaren zelfs. Adieu, dierbare knipman.

Jarretelles...

U moet me excuseren voor mijn leugen van laatst, beste lezer. Ik schreef dat ik weleens jarretelles droeg onder een broek, kwestie van mezelf wat wulpser voelen. Eerlijk? Ik kan me de laatste keer niet meer herinneren. Het besef kwam als een vreemde mokerslag. Hoe lang was het geleden dat ik mijn jarretellentuigje uit mijn lade had gevist? Lag het er überhaupt nog, of was het met andere fossielen in een doos op zolder beland?

Tussen de borsten!

Mijn kasten slibben dicht. Tenminste toch mijn ladekast. Die met lingerie. Mijn sluipende verslaving, beste lezer, is een paar jaar geleden begonnen. Ter compensatie van een andere. Het werd voor mij namelijk moeilijk om hoge hakken te dragen, vanwege mijn weerbarstige rug. Te veel gedanst op tien centimeter. Te wild geweest. Iets te lange benen willen hebben. Sindsdien staan er zeker honderd paar hakken ongemoeid en werkeloos in een kast. Een andere overvolle kast. Af en toe haal ik er een paar uit, waar ik dan voor één avond in klim. Maar alleen als ik met een taxi tot voor de deur van de nering gereden word. Ik weiger nog meer dan twintig meter te voet te gaan als mijn hakhoogte meer dan acht centimeter bedraagt.

Pagina's