Zomerzicht

Een week geleden zat ik in zuidelijk Europa met mijn vriendin Eva op een terrasje. Er was een moment van stilte tussen ons gevallen, wellicht na een uitspraak over ouder worden. Ik herinner me niet precies waarover het ging, maar het moet over een of ander levensverschijnsel met bijbehorende lastigheden gegaan zijn, kortom, over iets waar men doorgaans geen raad mee weet, waarna men dan maar het glas heft omdat zulke zaken nu eenmaal onafwendbaar zijn. Goed dat we nog leven en gezond zijn, f*** de rimpels, proost dan maar. 

En toen zaten we beiden in berusting naar de mensen te kijken. Fris gewassen toeristen. Jonge mensen, oude mensen. En deinend vlees. Ongetwijfeld volop genietend en schroomvrij mensenvlees, maar desalniettemin losgelaten vlees, geëxposeerd in mouwloze topjes en gebloemde rokken, polo’s en safaribroeken. En flodderige pantalons met elastiek in de taille. Waggelende konten in jumpsuits als pyjama’s. Borsten in overmoedige bikinitops. Borsten in falende beha’s. De gevolgen van de gravitatie waren voorwaar geen feest voor het oog. Het deed soms zelfs een beetje pijn.

Mijn vriendin keek met half dichtgeknepen ogen vanachter haar glas witte wijn naar de massa. Ik wist meteen wat ze dacht. Ik ken haar al te lang. Maar commentaar geven, dat was niet netjes. En dus beten we beiden op onze onderlip.

‘Ja, lieveling,’ zuchtte ik uiteindelijk. ‘De mensheid is voor vestimentaire verbetering vatbaar. En voor elasthaan.’

Eva proestte het uit. Ze verslikte zich. Terwijl ze hikkend een teug Chardonnay van haar kin veegde, zei ze: ‘De mensheid moet vooral verlost worden van fout ondergoed, inderdaad! Ik zeg het vaak, Lili, wat voor zin heeft het om geld uit te geven aan dure jurken als de basis niet goed zit? Begrijp jij dat nou, dat vrouwen meer uitgeven aan schoenen dan aan degelijke lingerie?’

‘Ach ja, vrouwen gaan er snel vanuit dat ondergoed ook letterlijk ondergoed is. Verborgen goed. Terwijl ze voor elk soort decolleté, voor elke jurk een andere beha zouden moeten hebben in plaats van een ander paar pumps.’

‘Nou ja… Niks mis met zichtbaar een streep kant, toch?’

‘Nee, helemaal niet. Maar wel als het kantje zichtbaar onder een glad stofje zit. Dan wordt het net een maanlandschap. Een acneboezem.’

‘Een brailleboek voor de gretige borstenlezer,’ grinnikte ze. ‘Nee, erg mooi kan je dat niet noemen.’

Terwijl de avond oranjerozig viel, ging het nog een hele tijd over de pro’s en contra’s van beha’s met voorgevormde cups. Ondoordringbare schilden, vond mijn vriendin, waarachter haar tepels naar vrijheid snakten. Ze had in de zomer liever een simpele beha aan, in een dunne stof. Vrijheid van tepel, daar hechtte ze nogal aan.

Op dat ogenblik kwam er een blonde grote vrouw van een zekere leeftijd voorbijgestoven. Ze marcheerde met een zichtbare verbetenheid rechtdoor. Wellicht was ze bang te laat te komen op haar rendez-vous. Met gamba’s à la plancha. En een grijze heer met een fijne snor, zo stelde ik mij voor. Haar riante boezem ging van stuurboord naar bakboord, rechts, links, in een witte kanten beha onder een witte zijden blouse. Hel, dat was braille voor gevorderden. Een hele hoop literatuur.

Er sneuvelde weer een teug Chardonnay aan de overkant van de tafel. Commentaar geven is niet netjes, wisten we, maar ach, het was tenslotte vakantie.  

 

 

Tits up!